donderdag 2 oktober 2008



Vrouwzijn! Levende Wijsheid of dode traditie?

Door Radha Burnier

Men zegt Dat traditie bestaat uit de wijsheid, de geloofsovertuigingen en geloofsbeginselen die aan het nageslacht zijn overgeleverd, mondeling of in de praktijk. Traditie zou de verzamelde kennis kunnen bevatten, verkregen door ervaring of wijsheid die doorgegeven is door hoog geëvolueerde personen. Maar aangezien het gebruikelijk is dat de meeste mensen alles wat ze horen interpreteren zoals het hen uitkomt, zelfs wat de buurman zegt, verslechtert de kern van waardevolle kennis en wijsheid in de traditie voortdurend en verwordt zij tot bijgeloof. Ideeën worden star; adviezen worden willekeurige waarschuwingen; en gewoonten worden gevormd volgens plaatselijke vooroordelen en bekrompen gezichtpunten.

Elke beschaving en ieder volk zijn aldus onderworpen geweest aan allerlei vormen van autoriteit – de kerk, de geërfde cultuur en de voorouders van wie men gelooft dat zij kennis of wijsheid bezaten. In primitieve gemeenschappen was de loop van de traditie afhankelijk van medicijnmannen en andere dubieuze gezagsdragers. In meer ontwikkelde maatschappijen zijn geschriften veranderd en geïnterpreteerd door onwetende priesters en dogmatische theologen om hun wereldse doelstellingen te realiseren, met weinig respect voor de waarheid die misschien overgeleverd is uit het verleden. Zo werden veel traditionele gebruiken extreem wreed en in tegenspraak met de essentie van de tradities in kwestie.

Miljoenen vrouwen in China hebben geleden onder de levenslange kwelling van hun als kind ingesnoerde voeten, alleen maar omdat mensen door conventioneel denken geconditioneerd waren zich in te beelden dat trippelen de schoonheid en de waarde van een vrouw verhoogde. In India kwam tijdens de Britse overheersing pas een einde aan de afschuwelijke praktijk van weduwen die zichzelf verbrandden op de brandstapel van hun echtgenoot, zogenaamd om hun devotie te tonen maar, zoals geleerden verklaard hebben, meestal om te voorkomen dat zij bezit zouden erven. Maar zelfs tegenwoordig wordt de gigantische bijgelovige praktijk van het slachten van enorme aantallen dieren in tempels om de ‘godheid’ van de tempel gerust te stemmen door velen beschouwd als een onschendbare religieuze traditie van onbetwistbaar nut.

Het leven is voortdurende verandering – van standpunten, ideeën, kennisniveaus, menselijke behoeften, het fysieke milieu en vele andere dingen. Daarom moeten er voortdurend kritische vragen gesteld worden bij traditionele gebruiken en geloofsbeginselen die mensen in onveranderlijke mallen proberen vast te zetten. In de moderne maatschappij, met haar eisen aan zowel mannen als vrouwen om een beroep te kiezen, te reizen, in publieke forums te spreken enzovoort, zou het logischerwijs volkomen ingaan tegen het gezonde verstand om vrouwen te dwingen om met gebonden voeten te lopen of om hen te verminken door het gebruik van korsetten en door het dragen van onpraktische kleding te laten voortduren. Elke traditie moet veranderingen doormaken die passen bij dat tijdsgewricht, zonder echter concessies te doen met betrekking tot diepe waarheden die overeind gehouden moeten worde, ongeacht de tijd of de omstandigheden.

De moderne maatschappij vermengt de wereldbevolking en voert nieuwe denkbeelden in, zelfs in verafgelegen gebieden van de wereld. De toename van kennis als gevolg van de wetenschappelijke richting in het onderwijs dwingt mensen om hun geloofsbeginselen en het blind opvolgen van handelingen opgelegd door tradities te herzien. In bijna ieder land is er een aanzienlijke populatie ‘buitenlanders’ wier gewoonten botsen met die van de autochtonen. Moslimgemeenschappen bijvoorbeeld die in christelijke landen leven vormen een uitdaging voor de meningen en gewoonten die heersen in het ‘geadopteerde’ land. Moeten hun beperkende gewoonten en kledij gehandhaafd worden tegen alles in? De druk van de moderne tijd is ook een uitdaging voor mensen die bepaalde gewoonten gevolgd hebben die gebaseerd zijn op waarden die de tijd doorstaan hebben. Zouden zij bijvoorbeeld hun vegetarische voedingswijze en het principe van geweldloosheid dat daaraan ten grondslag ligt moeten opgeven om modern en eigentijds te zijn? In hoeverre zou de traditie onveranderd moeten blijven en denkvermogens blijven vastzitten in het verleden?

De heer Boeddha adviseerde dat alle denkbeelden nauwkeurig bekeken moeten worden en dat mensen zelf moeten ontdekken of die ideeën al of niet bevorderlijk zijn voor ware vooruitgang. Er bestaan bepaalde waarden en deugden die eeuwigdurend zijn: zij zijn niet van toepassing op slechts één deel van de mensen op de wereld, maar ze zijn relevant voor alle mensen in alle tijden, omdat zonder deze waarden en deugden geen echte vooruitgang in de menselijke samenleving geboekt kan worden. Vanuit deze invalshoek is het duidelijk dat traditie niet moet worden tot een stel blinde geloofsbeginselen en denkbeelden: zij moet een kanaal zijn voor het behoud van onsterfelijke waarden.

Eén van deze waarden is mededogen. Mededogen houdt vriendelijkheid, sympathie en geweldloosheid in en wordt door al deze eigenschappen tot uitdrukking gebracht. Dit principe dat ten grondslag ligt aan het vegetarisme moet in stand gehouden worden, ook al past het niet in bepaalde eigentijdse gewoonten. Er is een groot verschil tussen de kleine deugden, zoals nauwgezetheid en netheid en de grote waarden en deugden, zoals, mededogen, waarheid en rechtvaardigheid. Als niet afgezien wordt van de grote deugden, kan de traditie een doeltreffend instrument zijn tot vooruitgang, anders niet.

De wet van opoffering

Mensen begrijpen heel goed dat het universum beheerst wordt door wetten die alomtegenwoordig en onveranderlijk zijn. De mens moet ze gewoon aanvaarden, begrijpen en ermee werken om zijn lotsbestemming te vervullen. Dat betekent dat hij van de lagere kennisniveaus voortschrijdt naar de transcendentale, volmaakte kennis bevrijden (Liberated Ones).

Op het fysieke niveau probeert de mens, naarmate het onderwijs beter wordt, inderdaad door te dringen in de mechanismen van de universele natuurlijke wetten en zijn kennis te benutten om verbeteringen in materiële omstandigheden teweeg te brengen, zoals we die zien op het medische vlak, in transportmiddelen, communicatie, bevordering van de volksgezondheid enzovoort. Dit is het gevolg van weten hoe de krachten van het universum functioneren. Maar de mens maakt ook veel blunders waarvan sommige zo ernstig van aard zijn dat zich rampen voordoen of men kan voorspellen dat die zich zullen gaan voordoen. Die betreffen onder meer de schade aan de elementen en het milieu, de vernietiging van natuurlijke vormen door genetische manipulatie enzovoort. Wij vragen ons natuurlijk af wat er mis is met dit tijdsgewricht waar zulke ernstige tegenstellingen heersen. Op één en hetzelfde moment worden er veel goede dingen bereikt, terwijl er ook rampzalige tendensen in beweging gezet worden. Het antwoord zou kunnen zijn (en voor sommige mensen is dit een overduidelijk feit) dat er voortdurend onwetendheid bestaat over morele en spirituele wetten, die ook onzichtbaar aan het werk zijn overal en ten alle tijden.

De mens schrijdt nu snel voort naar grotere kennis van de wetten op het fysiek niveau, zonder zich zelfs maar af te vragen of er misschien ook wetten bestaan in andere dimensies, waarvan het negeren of vertrappen leidt tot problemen en pijn.

Een zo’n wet, waarover de wijzen gesproken hebben, is de wet van opoffering. Annie Besant zei dat deze ‘gedrukt staat in het universum waarin wij leven’ en dat ‘de hele wereld verbonden is door een wet van onderlinge afhankelijkheid’. Biologen beginnen nu iets te begrijpen van deze onderlinge afhankelijkheid en zij zeggen zelfs dat geen enkel schepsel op aarde in zijn eentje kan overleven zonder de hulp van een grote verscheidenheid aan andere schepselen die het ecologische systeem van de aarde in een staat van goede gezondheid houden. In The Theosophist van maart 2004 verwijst het artikel van de hoogleraar dierkunde C.A. Shinde naar de symbiotische relatie van planten, insecten en andere wezens. Hij zegt hierover: ‘Wanneer we zulke symbiotische relaties en de onderlinge verbondenheid van levende organismen observeren is het niet moeilijk om intellectueel gezien de universele broederschap te accepteren als een feit in de natuur’.

Onderlinge relaties zijn weldadig, niet alleen voor het stoffelijk bestaan, maar ook voor psychologisch en emotioneel welzijn, zoals het volgende recente nieuwsbericht aangeeft: ‘De aanwezigheid van een vriendje met vier poten in het leslokaal bevordert de ontwikkeling van kinderen. Dit is het resultaat van een overzicht van het Instituut voor Interdisciplinair Onderzoek van de Relatie Mens-Dier (IEMT) in Zürich. Dertig kleuter- basisschoolleraren waren hierbij betrokken. Zij nemen hun honden of katten mee naar de klas. Alle ondervraagde leraren vinden het effect op de kinderen en hun manier van lesgeven buitengewoon positief. Het verantwoordelijkheidsgevoel onder kinderen verbeterde aanzienlijk’.

Voortbordurend op de erkenning van onderlinge afhankelijkheid moet het begrijpen van de mens zich verder ontwikkelen tot het erkennen dat de onderlinge belangen van schepselen, zelfs van verschillende soorten, in de natuur gesteund worden door een systeem van opoffering, dat wil zeggen van geven en niet alleen nemen.

Alle levensvormen zijn in een toestand van onderlinge uitwisseling van gasvormige, vloeibare en vaste substanties. Om Annie Besant weer aan te halen: ‘Het draaiende levensrad kan niet voortgaan tenzij ieder lid, ieder levend wezen, helpt bij het draaien door het verrichten van daden van opoffering.’De Bhagavad Gita suggereert ook dat, om het hoogste goed te oogsten, er onderlinge zorg en liefde moet bestaan. Volgens de Goddelijke Orde moeten levensvormen uiteenvallen en hun eigen samenstellende delen opofferen voor het overleven van anderen, totdat ook zij uiteenvallen en op hun beurt substanties doorgeven die weer andere voeden.

De wereld van vandaag is diep verdeeld, niet zozeer door raciale, nationale en etnische verschillen, als wel door bezit. Een kleine minderheid van de mensen bezit een groot deel van de beschikbare hulpbronnen; sommige mensen profiteren van buitensporige weelde terwijl anderen steeds meer tekort komen. Dit gebeurt internationaal en plaatselijk. De rijken worden rijker en de armen armer.

Verscheidene voorspellingen over de komende tientallen jaren stellen dat in de loop der tijd tekort aan water een enorm probleem wordt en misschien zelfs een reden voor oorlog. Dit kostbare element wordt roekeloos verspild door degenen die er toegang toe hebben terwijl anderen worden gedwongen elke druppel water die ze gebruiken met ongelooflijke inspanning te bemachtigen.

Wanneer de wet van opoffering alom erkend werd, zoals de wetten van de zwaartekracht of van de dynamica, met alle bekende technologieën en onderzoeksfaciliteiten, dan zou het zeker mogelijk zijn om manieren te vinden om water, voedsel en andere levensbehoeften eerlijk te verdelen. Wachten wij mensen op nog kritiekere omstandigheden om ons te leren dat wij bereid moeten zijn om te geven en te delen, om van vrede en welvaart te genieten? De levens van de Boeddha, zoals verteld in de Jatakaverhalen, leren symbolisch dat Verlichting of Boeddhaschap de beloning is voor het altijd bereid zijn het eigen belang op te offeren voor het welzijn van anderen,

Uit: The Theosophist, mei 2004.

Geen opmerkingen: